Je vraagt: “Is er iets?”
Je partner zegt: “Nee.”
Je voelt dat er wél iets is.
Dus je vraagt nog een keer.
“Je doet anders. Wat is er nou?”
Je partner zucht.
“Er is niks. Laat me gewoon even.”
En daar gebeurt het.
Jij voelt afstand en wilt juist contact.
Je partner voelt druk en wil juist ruimte.
Dus jij probeert harder door te dringen.
Je partner trekt zich verder terug.
Een een paar minuten later hebben jullie ruzie.
Jij denkt: Waarom kan mijn partner niet gewoon praten?
Je partner denkt: Waarom kan ik nooit even met rust gelaten worden?
Allebei voelen jullie je niet begrepen.
En allebei doen jullie iets wat voor jezelf volkomen logisch voelt.











