Je bent er altijd voor de ander
Je bent er altijd voor de ander. Maar ondertussen raak jij jezelf kwijt.
Je bent veel bezig met hoe het met de ander gaat. Met wat iemand nodig heeft. Met het voorkomen van spanning, afstand of gedoe. Je voelt haarfijn aan wanneer er iets verandert in de sfeer. Wanneer iemand zich terugtrekt. Wanneer iemand iets van jou nodig heeft.
En dus ga jij zorgen. Aanpassen. Rekening houden. Geven.
Omdat je ergens hebt geleerd dat verbinding behouden belangrijker is dan jijzelf.
En ondertussen raak je steeds verder verwijderd van wat jij voelt, wilt en nodig hebt.







